Onderzoek naar houding tegenover snel starten met behandelen

Het H-TEAM onderzocht de motivaties van mensen met hiv en hiv-behandelaren om wel of niet direct met behandeling te willen starten.
snelstarten

Wat is er onderzocht?

Snel beginnen met hiv-remmers helpt om gezondheidsverlies en virusoverdracht tegen te gaan. Het advies is daarom om alle mensen met een hiv-infectie zo vroeg mogelijk behandeling aan te bieden, ongeacht het stadium van hun infectie. Het H-TEAM onderzocht hoe hiv-behandelaren en mensen met een chronische hiv-infectie aankijken tegen het snel starten met behandeling bij een hoog CD4-aantal (grote hoeveelheid virusdeeltjes in het bloed). Welke voordelen en risico’s zien infectiologen en hiv-consulenten in het vroeg beginnen met behandeling, en wat adviseren zij hun patiënten? En wat zijn redenen voor mensen met hiv om snel te starten met de behandeling -of om hier juist mee te wachten – op het moment dat zij nog een hoog CD4-aantal hebben? De bevindingen zullen worden gebruikt om het (vroeg) starten met behandeling en de “therapietrouw” te verbeteren.

Doel van het onderzoek

Met het onderzoek wilde het H-TEAM inzicht krijgen in de percepties, en bevorderende en belemmerende factoren voor het vroeg starten met behandeling (bij een CD-aantal hoger dan 500) onder mensen met hiv en hiv-behandelaren.

waarom-w

Waarom doen we dit onderzoek?

De potentiële voordelen van vroeg starten met hiv-remmers (o.a. het voorkomen van gezondheidsverlies en virusoverdracht) hangen sterk af van de bereidheid van hiv-patiënten en hiv-behandelaren om (te adviseren om) te starten met behandeling bij een hoog CD4-aantal.

Lees meer

Voor een groot deel wordt dit beïnvloed door de percepties die zij hebben over de (potentiële) positieve en negatieve effecten van vroeg behandelen. Voor het H-TEAM is het belangrijk om inzicht te krijgen in de bevorderende en belemmerende factoren om zo strategieën te ontwikkelen om mensen met hiv (snel) succesvol te kunnen laten starten met behandeling.

aanpakken-w

Hoe is het onderzoek gedaan?

Voor het onderzoek zijn er interviews gehouden met 13 hiv-positieve patiënten – die op het moment van diagnose een CD4-aantal hoger dan 500 cellen/m³ hadden – en 16 hiv-behandelaren, waarvan 9 internist-infectiologen en 7 hiv-consulenten.

Lees meer

Voor het onderzoek werd bewust gezocht naar een zo gevarieerd mogelijke groep deelnemers (qua geslacht, leeftijd, etniciteit en houding t.o.v. vroeg starten) om een zo breed mogelijk beeld te krijgen van de factoren die meespelen in het besluit om wel of niet vroeg te starten met behandeling.

resultaat-w

Resultaat van het onderzoek:

Het merendeel van de behandelaren en patiënten bleek positief tegenover vroegbehandeling te staan, en startte ook snel met (het adviseren van) behandeling.

Lees meer

De beeld- en besluitvorming rondom vroegbehandeling werden beïnvloed door zowel behandelinggerelateerde factoren, als patiëntgebonden factoren.

Percepties van de vroegbehandeling die een belangrijke rol speelden hadden vooral betrekking op de mogelijke positieve en negatieve effecten op de fysieke en mentale gezondheid van patiënten. De kans op bijwerkingen op de korte en lange termijn spelen hierbij een rol, maar ook de invloed van behandeling op het gevoel van controle onder patiënten blijkt een belangrijke reden om wel of niet direct te starten met behandeling. Dat behandeling ook een positief effect kan hebben op de verdere verspreiding van het virus in Nederland werd als bijkomend voordeel gezien.

Zowel patiënten als behandelaren benadrukken het belang van een aantal patiëntgebonden voorwaarden voor vroegbehandeling. De bereidheid en mogelijkheid van patiënten om het innemen van medicatie ook langdurig vol te houden was een essentiële voorwaarde om (snel) met de behandeling te kunnen starten. Met name (emotionele) stabiliteit van de patiënten speelde hierbij een belangrijke rol; zowel de algehele psychische gesteldheid van de patiënt, als de mate waarin iemand nog emotioneel was over de diagnose. Tenslotte werd de besluitvorming rondom vroegstarten voor een groot deel bepaald door de mate waarin behandeling paste bij de identiteit (bijv. persoonlijkheid en culturele achtergrond) van patiënten.

Tijdens de interviews met behandelaren kwam regelmatig naar voren dat de grootste uitdaging eigenlijk wordt gevormd door een kleine groep patiënten die het starten met behandeling heel lang uitstellen. Wij wilden daarom onderzoeken hoe deze groep er precies uit zag, en wat hun redenen waren om niet met behandeling te willen starten. Tijdens het onderzoek bleek de groep patiënten die nog wel in zorg was, maar niet wilde starten met behandeling heel erg klein te zijn, en niet bereikbaar of bereid om mee te werken aan een interview over hun redenen om behandeling uit te stellen. Ook kon er geen duidelijk patientprofiel (qua achtergrond- en ziektekenmerken) worden gevonden in deze groep. Patiënten die niet meer in zorg waren voor hun hiv, en daarom waarschijnlijk ook niet op behandeling, bleken bijna allemaal mannen en hadden voornamelijk een Afrikaanse achtergrond.

Team

  • Anne van Puffelen
    Anne van Puffelen

    Lid
    AIGHD

  • Marijn de Bruin
    Marijn de Bruin

    Lid
    UvA

  • Suzanne Geerlings
    Suzanne Geerlings

    Projectleider
    AMC

  • Jan Prins
    Jan Prins

    Projectleider
    AMC